Kunsthartkleppen

& antistolling

Als er na een ‘spontane’ ofwel idiopathische trombose kans is op een terugkerende trombo-embolie, dan schrijft de behandelend arts – al dan niet tijdelijk – antistollingsmiddelen voor. Ook patiënten met een kunsthartklep zijn aangewezen tot antistollingsmedicatie, veelal levenslang. Lees in dit blog hoe dat precies zit.

Wanneer antistollingsbehandeling

Een antistollingsbehandeling – het woord zegt het al – vermindert het bloedstollingsproces, helpt de kans op een trombo-embolie (sterk) te verkleinen.

In welke gevallen worden antistollingsmiddelen voorgeschreven?

  • Na een arteriële trombose (trombose in een slagader)
    Zoals een hersentrombose (CVA) of harttrombose (infarct)
  • Na een veneuze trombose (trombose in een ader)
    Zoals een trombosebeen of longembolie
  • Bij Perifeer Arterieel Vaatlijden (PVA)
    Een vaatvernauwing of afsluiting in een slagader naar het been
  • Na een dotter- en stentbehandeling 
  • Bij aritmie of wel een hartritmestoornis
    Ook wel boezemfibrilleren en atriumfibrilleren genoemd
  • Na vervanging van een hartklep

Bij mechanische en biologische hartkleppen

Een van de mogelijke complicaties na een hartklepvervanging is trombose. Om het risico op een trombo-embolie na plaatsing van de nieuwe hartklep – dat geldt voor zowel een kunsthartklep als voor een biologische hartklepprothese – zoveel mogelijk te verkleinen, wordt veelal orale antistolling voorgeschreven.

Na een biologische hartklepvervanging (een hartklep van lichaamseigen materiaal) is dat meestal tijdelijk, bij toepassing van mechanische hartkleppen is dat veelal levenslang.

In Nederland veel toegepaste soorten antistollingsmiddelen zijn:

  • Vitamine K antagonisten (cumarines)
  • Directe orale anticoagulantia
  • LMWH-injecties

Niet elk antistollingsmiddel is zomaar voor iedereen geschikt. Uw behandelend arts of specialist bepaalt – op basis van uw medische en persoonlijke situatie – het beste welke antistollingsmedicatie het beste bij u past.

De Nationale Trombose Dienst werkt uitsluitend met cliënten die cumarines (fenprocoumon of acenocoumarol gebruiken – al dan niet i.c.m. een behandeling met LMWH-injecties, als u bijvoorbeeld een operatie of ingreep moet ondergaan.

Bekijk de voors, tegens en bijwerkingen van verschillende soorten antistollingsmedicatie op www.apotheek.nl en/of www.lareb.nl.

Waarom antistolling na vervanging hartklep?

Zonder antistolling varieert de kans op trombose bij een kunsthartklep tussen de 5 en 50%. Dat is een aanzienlijk risico, wat mét antistolling wordt gereduceerd naar zo’n 1 tot 3%.

Welke INR-streefwaarden?

Afhankelijk van het type hartklep,  ligt het antistollingsniveau bij kunsthartkleppen veelal tussen de 2.5 en 4.0. De meest gehanteerde streefgebieden bij mechanische hartkleppen zijn:

  • Een INR-streefgebied tussen 2.5 en 3.5
  • Een INR- streefgebied tussen 3.0 en 4.0

Het niveau van antistolling ligt enigszins lager bij biologische hartprotheses. Uw behandelend specialist bepaalt – al dan niet in overleg met uw trombosedienst – welke INR-waarden de kans op trombose en/of bloedingscomplicaties zoveel mogelijk beperken.

Bekijk ook de veelgestelde vragen over de INR-waarde.

Wanneer krijgt u een nieuwe hartklep?

Door het kloppen ofwel samentrekken van uw hart, ontstaan drukverschillen in de bloedstroom. Die drukverschillen zorgen ervoor dat uw hartkleppen zich openen en sluiten. Hartkleppen zorgen er op hun beurt weer voor, dat het bloed op de juiste manier door uw hart stroomt.

Als een of meer hartkleppen niet goed functioneren, dan moet uw hart harder werken – en daardoor kan hartfalen ontstaan, waardoor uw organen minder zuurstof krijgen.

Soorten hartkleppen

Een hart heeft vier kleppen: de aortaklep, de mitralisklep, de tricuspidalisklep en de pulmonalisklep. Er zijn verschillende mogelijke oorzaken van het niet of verminderd functioneren van uw hartklep(pen), zoals:

  • Ouderdom
  • Aangeboren hartklepafwijking
  • Hartklepaandoening na ziekte of een bacteriële infectie
  • Hartklepaandoening na een hartinfarct
  • Beschadiging
  • Verkalking
  • Vernauwing
  • Vergroeiing
  • Verslapping

Klachten verminderd functionerende hartkleppen

Een gezonde hartklep gaat volledig open en dicht. Als een of meerdere hartkleppen niet goed meer functioneren – bijvoorbeeld als er sprake is van een lekkende of vernauwde hartklep – dan kan na verder onderzoek worden besloten de hartklep te vervangen, of te repareren via een openhartoperatie.

Van kleine hartklepafwijkingen merkt u meestal vrijwel niets. Veelvoorkomende klachten bij een sterk verminderd functioneren van hartkleppen zijn:

  • Moeheid
  • Duizeligheid
  • Kortademigheid
  • Pijn op de borst
  • Een onregelmatige hartslag

Heeft u een of meer van bovenstaande klachten en/of twijfelt u over de hartfunctie? Neem dan altijd contact op met uw huisarts.

Hij of zij kan besluiten u door te verwijzen naar de cardioloog, die met behulp van nader onderzoek – zoals een hartfilmpje (ook wel hartritmeregistratie, elektrocardiogram en ECG genoemd) en/of echocardiografie (een geluidsscan ofwel echo van het hart).

Soorten antistollingsbehandelingen

Heeft uw arts of specialist cumarines – oftewel vitamine K antagonisten (VKA’s) – voorgeschreven om de kans op trombose, de vorming van een ongewenst bloedstolsel, na een hartklepoperatie of vervanging tot een minimum te beperken? Ga voor maximale vrijheid, met Trombose Zelfzorg van de NTD.

Pijnvrije vingerprik
Uw INR-waarde zelf meten
Wanneer u maar wilt
Waar u ook bent
24/7 zorgverlening

▶️ Lees ook de 6 grote voordelen van trombose zelfmanagement.

Vragen

Heeft of moet u een hartklepoperatie of hartkleptransplantatie ondergaan en schrijft uw specialist u antistollingsmiddelen o.b.v. cumarines voor? Maak gebruik van trombose zelfmeten. Zo kunt u eenvoudig zelf kunt meten, waar en wanneer u maar wilt.

Zo kunt u razendsnel van start:

  1. Meld u aan op www.trombosezelfzorg.nl
  2. Komt u in aanmerking? Volg de korte e-learning
  3. Bent u geslaagd? Een stollingsverpleegkundige komt bij u langs
  4. U kunt direct van start met zelfmeten bij trombose

Tijdens de eerste weken van een ‘Trombose Zelfzorg’ antistollingsbehandeling wordt u natuurlijk intensief begeleid. De NTD neemt regelmatig contact met u op over de voortgang, eventueel medicijngebruik en het gebruik van uw persoonlijke dossier. Voor een optimale zorg, gewoon bij u thuis.

Wilt u eerst meer weten over zelfmeten bij trombose en/of een antistollingsbehandeling met cumarines? Neem gerust contact op met onze servicedesk via 088 – 003 88 80.

(Trombose)zorg voor uzelf. Altijd & overal.

Andere items